De Hoge Raad verwerpt het beroep van X zonder motivering. De veroordeling van X als feitelijk leidinggever van carrouselfraude tot 240 dagen taakstraf en subsidiair 120 dagen hechtenis blijft in stand.

X is enig aandeelhouder/bestuurder van A BV. De BV handelt in computers, randapparatuur en software. In 2011 ontvangt X een waarschuwing van de Belastingdienst dat hij zorgvuldig moet zijn met het kiezen van nieuwe leveranciers/afnemers om te voorkomen dat hij betrokken raakt bij BTW-fraude. In 2014 wordt het BTW-nummer van een vaste leverancier ingetrokken. De leverancier stelt voor dat A BV voortaan zaken doet met een gelieerd reisbureau, wat X naar eigen zeggen weigert vanwege de branchevreemde activiteiten. Later gaat A BV toch zaken doen met een andere BV, terwijl deze een schoonmaakbedrijf exploiteert, handelt in consumentenartikelen en consumentenelektronica. X stuurt een kopie van het KvK-uittreksel van deze BV en een uitleg (‘reference introduction’) naar de Belastingdienst. Deze gegevens blijken na onderzoek vals te zijn. Volgens de Belastingdienst heeft A BV in 2014 op basis van valse facturen ruim € 330.000 teveel aftrek van voorbelasting geclaimd en heeft zij zich schuldig gemaakt aan carrouselfraude. Hof Den Haag veroordeelt X als feitelijk leidinggever tot 240 uren taakstraf en subsidiair 120 dagen hechtenis. In cassatie stelt X met betrekking tot de aftrek van voorbelasting een pleitbaar standpunt te hebben, wat het hof ten onrechte ongemotiveerd gepasseerd zou hebben.

De Hoge Raad verwerpt het beroep van X zonder motivering. Bij de beoordeling van de klachten is het niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie: art. 81 RO).

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 68

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 69

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Omzetbelasting, Strafrecht

Editie: 19 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

26

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen