Hof Den Haag oordeelt dat het vervallen van dwangbevelkosten uit coulance geen recht geeft op proceskostenvergoeding in bezwaar. Uitstel van betaling eindigt bij de uitspraak op bezwaar, waarna de betalingsverplichting herleeft.

X ontvangt op 3 december 2022 een naheffingsaanslag parkeerbelasting van € 69,10. X maakt bezwaar tegen deze aanslag, maar de invorderingsambtenaar verklaart het bezwaar op 21 maart 2023 niet‑ontvankelijk wegens ontbrekende gronden. Later blijkt dat de gronden wel tijdig zijn ingediend terwijl de aanslag in stand blijft. Op 25 april volgt een betalingsherinnering, daarna op 16 mei een aanmaning met € 8 kosten en op 8 juni een dwangbevel met € 46 dwangbevelkosten. X dient bezwaar in tegen deze kosten. Op 22 september 2023 laat de invorderingsambtenaar de aanmanings- en dwangbevelkosten uit coulance vervallen en weigert proceskostenvergoeding. X stelt beroep in bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaart.

In geschil is of het vervallen van dwangbevelkosten tot proceskostenvergoeding in de bezwaarfase leidt wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.

Hof Den Haag oordeelt dat het vervallen van dwangbevelkosten uit coulance geen recht geeft op proceskostenvergoeding in bezwaar. Het uitstel van betaling eindigt bij de uitspraak op bezwaar, waarna de betalingsverplichting herleeft. Er bestaat een wettelijke grondslag voor het dwangbevel en de kosten en er is geen sprake van toerekenbare onrechtmatigheid. Het hof verwerpt ook de beroepen op vertrouwensbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel, détournement de pouvoir en de aangehaalde verdragsbepalingen. Er bestaat geen recht op proceskostenvergoeding en de uitspraak van de rechtbank blijft in stand.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Leidraad Invordering 2008

Leidraad Invordering 2008

Algemene wet bestuursrecht artikel 7.15

Instantie: Hof Den Haag

Rubriek: Invordering, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 8 januari

Informatiesoort: VN Vandaag

113

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen