X ontvangt een voorlopige aanslag IB/PVV 2020 op. X betaalt het bedrag van de aanslag in één keer. Vervolgens ontvangt X een brief van de Belastingdienst waarin staat dat het bedrag van de betalingskorting onjuist is berekend en 4 procent bedraagt van het bedrag op de aanslag. Later volgt een e-mail van de Belastingdienst waarin staat dat de brief een fout bevat. In hoger beroep is in geschil of X op grond van het vertrouwensbeginsel of schending van het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel recht heeft op een hogere betalingskorting dan de reeds verleende betalingskorting.
Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de ontvanger de betalingskorting juist berekent. Er is terecht uitgegaan van 4 procent over de helft van het relevante tijdvak. X heeft geen recht op een hoger bedrag dan voortvloeit uit wettelijke voorschriften. De brief van de Belastingdienst betreft een vorm van algemene voorlichting en bevat geen concrete toezeggingen waar X redelijkerwijs gerechtvaardigd vertrouwen aan kan ontlenen. Een eventueel motiverings- of zorgvuldigheidsgebrek in de voorlichting rechtvaardigt geen hogere betalingskorting. Het hoger beroep is ongegrond.
Wetingang:
Invorderingswet 1990 artikel 27A
Invorderingswet 1990 artikel 29
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 artikel 31
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Invordering, Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting
Editie: 18 februari
Informatiesoort: VN Vandaag