Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat X geen rente over de restschuld van zijn voormalige eigen woning mag aftrekken, omdat de woning in 2009 is verkocht. De vervreemding valt daarmee buiten de overgangsperiode van 29 oktober 2012 tot en met 31 december 2017.

X bezit een woning die hij financiert met een hypotheek. In 2009 verklaart de rechtbank X persoonlijk failliet en verkoopt de ING de woning via een executieveiling, waardoor een restschuld ontstaat. De VIA vermeldt een schuld van € 69.553 bij BLG-Hypotheek. X doet aangifte IB/PVV 2019 naar een loon van € 51.489 en negatieve inkomsten uit eigen woning van € 39.851 als rente restschuld vroegere eigen woning. De inspecteur corrigeert de renteaftrek. In geschil is of X rente over de restschuld voormalige eigen woning mag aftrekken.

Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de in art. 3.120a lid 2 Wet IB 2001 opgenomen tijdelijke aftrekmogelijkheid voor de rente op restschulden ziet op het tijdstip waarop de belastingplichtige de eigen woning vervreemdt. Omdat de ING de woning van X in 2009 verkoopt, valt de vervreemding buiten de periode 29 oktober 2012 tot en met 31 december 2017, zodat X geen rente over de restschuld kan aftrekken. Het hof verwerpt het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel, omdat voorlopige aanslagen, VIA-gegevens en website-informatie geen te beschermen vertrouwen of gelijke gevallen scheppen. Het hoger beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.120A

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 10 april

Informatiesoort: VN Vandaag

11

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen