X BV verwerft op 31 december 2021 60% van de aandelen in Y BV, een onroerendezaakrechtspersoon. Y BV houdt een indirect belang van 90% in een appartementencomplex, gebouw D, waardoor X BV indirect 54% in gebouw D verkrijgt. De appartementen zijn in januari 2021 opgeleverd en direct in gebruik genomen. Bij de realisatie is geen omzetbelasting in aftrek gebracht. X BV voldoet bij de aandelenverkrijging overdrachtsbelasting en beroept zich in de aangiften op de samenloopvrijstelling. De inspecteur legt een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op. X BV gaat in beroep.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat art. 15 lid 1 letter a WBR bij een aandelenverkrijging alleen toepassing vindt voor zover de waarde ziet op nieuwe nog ongebruikte onroerende zaken in de bouw- en handelsfase. Gebouw D is al langer dan zes maanden in gebruik, zodat geen ongebruikte onroerende zaak aanwezig is. De levering van de aandelen in Y BV is voor de omzetbelasting vrijgesteld, zodat geen cumulatie van omzetbelasting en overdrachtsbelasting optreedt. De niet aftrekbare omzetbelasting op de stichtingskosten drukt niet op X BV. Er is ook geen sprake van een overdracht van algemeenheid van goederen. Paragraaf 2.2.2 van het samenloopbesluit ziet niet op aandelen. Het beroep is ongegrond.
Wetingang:
Wet op belastingen van rechtsverkeer artikel 15
Wet op belastingen van rechtsverkeer artikel 4
Instantie: Rechtbank Gelderland
Rubriek: Belastingen van rechtsverkeer, Fiscaal ondernemingsrecht
Editie: 20 maart
Informatiesoort: VN Vandaag