X BV doet BPM-aangifte voor een Mercedes Benz GLE-klasse Coupé 400d 4Matic premium met schade en voldoet € 11.690. Volgens het bijgaande taxatierapport is de schade € 15.591, waarvan € 13.300 in mindering is gebracht op de handelsinkoopwaarde. Na hertaxatie door Domeinen stelt de inspecteur dat er slechts € 1283 schade, waarvan € 924 (72%) aftrekbaar is. In geschil is de naheffing van € 4179. Volgens X BV kan niet worden uitgesloten dat de naheffingsaanslag en de uitspraak op bezwaar door dezelfde persoon zijn opgelegd c.q. gedaan.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur aannemelijk maakt dat niet in strijd is gehandeld met het mandaatverbod. Uit het interne systeem van de Belastingdienst volgt dat de uitspraak op bezwaar is getekend door een andere medewerker dan degene die de naheffing heeft behandeld. Het isniet aannemelijk dat de auto meer schade had dan wat door Domeinen is geconstateerd. Op de reparatiefactuur is alleen de merknaam vermeld, zonder kenteken of VIN-nummer, zodat niet met zekerheid is vast te stellen dat deze betrekking heeft op de onderhavige auto. Uitgaande van een historische nieuwprijs van € 137.287 en de handelsinkoopwaarde in beschadigde staat van € 55.657 wordt de naheffing verlaagd tot € 3394. Wegens het overschrijden van de redelijke termijn krijgt X BV voorts een immateriële schadevergoeding van € 1500 en een proceskostenvergoeding voor de bezwaar- en beroepsfase van € 3200.
Wetingang:
Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 10
Algemene wet bestuursrecht artikel 10.3
Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden artikel 6
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.75
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Belastingheffing van motorrijtuigen
Editie: 16 februari
Informatiesoort: VN Vandaag