X dient op 24 september 2024 een verzoek om openbaarmaking van documenten in op grond van de Woo. Nadat gedeeltelijk op het verzoek wordt ingegaan, maakt X bezwaar en gaat vervolgens in beroep. Voorafgaand aan de behandeling van dat beroep vraagt X om een voorlopige voorziening die het college van burgermeesters en wethouders verplicht een aanvullend besluit te nemen. X voert aan dat vertraging leidt tot verlies van actualiteitswaarde en tot stapeling van procedures. In geschil is of er sprake is van spoedeisend belang voor een voorlopige voorziening.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af. De door X genoemde omstandigheden zijn geen reden om aan te nemen dat hij de behandeling van het beroep niet kan afwachten. Het oorspronkelijke Woo-verzoek is al geruime tijd geleden ingediend, waardoor het betoog over verlies van actualiteitswaarde onvoldoende overtuigt. De overige argumenten zien op de inhoud van de besluitvorming en kunnen in beroep worden besproken.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.81
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 29 januari
Informatiesoort: VN Vandaag