Hof Den Haag oordeelt dat X LTD. geen recht heeft op teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting, omdat zij niet kwalificeert als opbrengstgerechtigde of uiteindelijk gerechtigde.

X LTD., een in het Verenigd Koninkrijk geregistreerde levensverzekeraar, is een naar het recht van Engeland en Wales opgerichte en in het Verenigd Koninkrijk gevestigde vennootschap. De aandeelhouder van X LTD. is een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde beursgenoteerde vennootschap. X LTD. voert haar activiteiten uit door Britse pensioenverzekeraars (polishouders) de mogelijkheid te bieden door middel van het aankopen van unit-linked polissen deel te nemen aan het door haar opgerichte Pooled Pensions Fund (PPF). Inleggelden van de polishouders worden via het PPF in subfondsen met eigen risicoprofielen belegd, onder meer in aandelen van Nederlandse beursvennootschappen.  De aandelen in de Nederlandse beursvennootschappen zijn ondergebracht bij Britse banken via bewaarovereenkomsten. X LTD. ontvangt voor haar management- en beheerswerkzaamheden een vergoeding gelijk aan een percentage van de waarde van de beleggingen dat varieert per subfonds en per jaar. De vergoeding van X LTD. komt ten laste van de fondsen. Over de ontvangen dividenden is 15% Nederlandse dividendbelasting ingehouden. X LTD. wordt in het Verenigd Koninkrijk per saldo slechts in de belastingheffing betrokken voor het resultaat dat zij behaalt met het (doen) managen van het PPF. Zij kan in het Verenigd Koninkrijk zeer beperkte aanspraak maken op verrekening van Nederlandse dividendbelasting. Voor 2005‑2007 en 2009‑2010 verzoekt X LTD. om teruggaaf van dividendbelasting. Deze verzoeken worden door de inspecteur afgewezen. X gaat in bezwaar en (hoger) beroep. In beroep oordeelt Rechtbank Zeeland-West-Brabant dat X LTD. geen recht heeft op een teruggaaf, omdat zij niet kwalificeert als opbrengstgerechtigde en uiteindelijke gerechtigde. In hoger beroep stelt X LTD. stelt dat zij juridisch en economisch gerechtigd is tot de dividenden. De inspecteur voert aan dat het economisch eigendom bij de polishouders ligt en dat X LTD. niet vrij over de dividenden kan beschikken. In geschil is of X LTD. als opbrengstgerechtigde en uiteindelijk gerechtigde recht heeft op teruggaaf van ingehouden dividendbelasting.

Hof Den Haag oordeelt dat X LTD. geen recht heeft op teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting, omdat zij niet kwalificeert als opbrengstgerechtigde of uiteindelijk gerechtigde. Volgens Hof Den Haag moet naar Brits giraal effectenrecht worden beoordeeld of X LTD. houder van de aandelen, en daarmee gerechtigd tot het dividend is. Hoewel X LTD. naar Engels recht beneficial owner is, kwalificeert zij niet als opbrengstgerechtigde omdat zij: i) geen stemrecht kan uitoefenen, ii) geen dividend kan opeisen bij de uitkerende vennootschap, iii) niet rechtstreeks gerechtigd is tot de dividenden en iv) geen economisch eigenaar van de dividenden is. De beperkte beheervergoeding en incidentele opbrengsten uit aandelenuitlening zijn volgens het hof een minieme vergoeding en wijzigen dit niet. Zelfs indien zij opbrengstgerechtigde zou zijn, ontbreekt vrije beschikkingsmacht over de dividenden. X LTD. is daarom ook niet de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden. Het hoger beroep van X LTD. is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op de dividendbelasting 1965 artikel 1

Wet op de dividendbelasting 1965 artikel 10

Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 25

Uitvoeringsbesluit vennootschapsbelasting 1971 artikel 3

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie artikel 21

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie artikel 45

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie artikel 63

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.42

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 15

Instantie: Hof Den Haag

Rubriek: Vennootschapsbelasting, Dividendbelasting

Editie: 16 januari

Informatiesoort: VN Vandaag

29

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen