X BV is de moedermaatschappij van een fiscale eenheid, waar X1 BV en X2 BV deel van uitmaken. X1 BV verhuurt een pand aan X2 BV, die hierin een wellnesscentrum exploiteert. Medio 2019 gaat X2 BV failliet. In oktober 2019 wordt het pand aan een derde verkocht voor € 2.900.000. In geschil is of het pand eind 2019 in de VPB-sfeer mag worden afgewaardeerd tot € 2.500.000. In maart 2020 is de prijs namelijk 'wegens gewijzigde omstandigheden ten aanzien van de ontwikkelingsmogelijkheden' verlaagd tot € 2.500.000.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat X BV niet aannemelijk maakt dat op de balansdatum reeds feiten en omstandigheden bekend waren die afwaardering naar € 2.500.000 rechtvaardigen. Eind 2019 was nog niet voorzienbaar dat verkoop tegen een lagere prijs zou plaatsvinden. Conform het uiteindelijke standpunt van de inspecteur mag het pand eind 2019 worden afgewaardeerd tot € 2.900.000, waardoor een verlies wordt gemaakt en de beschikking belastingrente wordt vernietigd. De beschikking belastingrente van 2018 wordt verlaagd conform HR 16 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:59, V-N 2026/5.21. De beroepen van X BV zijn gegrond.
Wetingang:
Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 8
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.8
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 30HB
Instantie: Rechtbank Gelderland
Rubriek: Vennootschapsbelasting, Belastingrecht algemeen, Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 24 maart
Informatiesoort: VN Vandaag