X is opgericht naar Nederlands recht en houdt al jaren een minderheidsaandelenbelang in de naar het recht van een andere EU-staat opgerichte en daar gevestigde Y. Y is de tophoudster van een concern dat internationaal actief is. De Y-groep heeft bedrijfseconomische operationele activiteiten in Nederland door middel van diverse feitelijk in Nederland gevestigde groepsvennootschappen. X heeft de meerderheid van de stemmen in Y en X kan de meerderheid van de directeuren benoemen. Y geeft op grond hiervan in een door haar bij een buitenlandse toezichthouder gedeponeerde jaarrekening aan dat X controlerend aandeelhouder is. X consolideert feitelijk haar belang in Y niet mee in haar jaarverslaggeving. X houdt geen andere aandelenbelangen dan het belang in Y.
De Belastingdienst geeft een ruling af waarin X voor de toepassing van de Wet MB 2024 voor de jaren 2024 tot en met 2028 niet als uiteindelijkemoederentiteit wordt gezien voor haar belang in Y, respectievelijk de Y-groep. Op grond van de definitie van ‘controlerend belang’ en onderdeel d van de definitie van ‘geconsolideerde jaarrekening’, dient getoetst te worden of zij Y mee zou moeten consolideren als zij een geconsolideerde jaarrekening op zou stellen in overeenstemming met een geaccepteerde financiële verslaggevingsstandaard of een geautoriseerde financiële verslaggevingsstandaard (de zogenoemde deemed consolidation test, die als vangnetbepaling functioneert). X is van mening dat zij Y in dat geval op grond van Titel 9 boek 2 BW, niet hoeft mee te consolideren. X heeft, onder andere door het beschikbaar stellen van een opinie opgesteld door een externe gerenommeerde partij op dit vlak en de toelichting die die partij heeft gegeven, haar standpunt aannemelijk gemaakt.
Rubriek: Minimumbelasting, Internationaal belastingrecht
Regelgevende instantie: Belastingdienst (Ruling Overige internationaal)
Editie: 12 januari
Informatiesoort: VN Vandaag