X koopt in februari 2013 een nieuwe personenauto voor € 229.704. In juni 2013 wordt de auto uiteindelijk geleverd aan een Duitse GmBH, van wie X de auto met Duits kenteken gaat huren. Volgens de overeenkomst moet X een borg stellen voor de huur. De borg bedraagt € 231.250. Ook bevat de huurovereenkomst een koopoptie. In april 2014 koopt X de auto voor € 170.000. Het bedrag komt overeen met de aanvankelijke aanschafprijs minus de betaalde huurtermijnen. In geschil is de over 2013 opgelegde BTW-naheffingsaanslag van € 48.238 met € 9580 belastingrente en de verzuimboete van € 4823.
Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat geen sprake is van verhuur maar van een intracommunautaire levering aan X en dat dit leidt tot een intracommunautaire verwerving door X in Nederland. Het hof bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de feitelijke beschikkingsmacht is overgegaan op X. De contracten zijn zo opgesteld dat X na zes maanden de auto koopt en dat het volledige risico bij X ligt. Daarbij heeft X door de borgstelling het aankoopbedrag van de auto aan de GmBH ter beschikking gesteld. Bij de levering van een voertuig moet worden uitgemaakt in welke lidstaat dat voertuig uiteindelijk duurzaam zal worden gebruikt. Gelet op de woonplaats en de nationaliteit van X en het erkend gebruik en ook het onderhoud van het voertuig in Nederland, is het van meet af aan de bedoeling van X geweest om het duurzame eindgebruik plaats te laten vinden in Nederland. De naheffingsaanslag voor de verschuldigde BTW is terecht aan X opgelegd. Het hoger beroep is ongegrond.
Wetingang:
Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 1