X is 50% indirect eigenaar/bestuurder van BV1, die aan het hoofd staat van een VPB-fiscale eenheid (FE) en zich bezighoudt met projectontwikkeling. De overige aandelen zijn middellijk in eigendom van zijn twee kinderen. In 2007 en 2008 leent X € 60 mln. van BV1 voor zijn privé-effectenportefeuille. Door de kredietcrisis daalt de waarde hiervan tot € 24 mln. Eind 2008 leent X € 60 mln. van een bank, waarvan de helft in 2009 door dividenduitkeringen van de FE afgelost moet worden. Eind 2009 is de schuld aan BV1 nog ruim € 28 mln. In 2011 leent X € 4,5 mln. van BV2. In 2012 gaan X en de FE failliet. In het zicht daarvan zijn in 2011 diverse bedrijven en vermogensbestanddelen naar zijn familie overgeheveld. In geschil is of in de IB-sfeer verkapte winstuitkeringen aan X zijn gedaan. De informatiebeschikkingen voor 2009 en 2011 staan onherroepelijk vast.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat de bewijslast voor 2009 en 2011 wordt omgekeerd en verzwaard en dat de redelijke schatting voor 2009 in stand blijft. Er is onvoldoende gedaan om alsnog de informatie te overleggen, waardoor de bewijsrechtelijke sanctie proportioneel is. De uitdeling van 2009 is terecht vastgesteld op € 50 mln. Voor 2011 is geen sprake van een verkapte uitdeling, omdat er in de FE geen winst, winstreserve of te verwachte winst meer is. Uit de strafzaak tegen X blijkt dat de faillissementen in 2010 al voorzienbaar waren. Van een te verwachten winst in de toekomst is dan ook geen sprake. Ook om deze reden kan geen sprake zijn van een verkapte winstuitdeling. Omkering van het bewijs is niet mogelijk voor 2012, omdat X voor dat jaar kennelijk niet is uitgenodigd om aangifte te doen. De inspecteur maakt wel aannemelijk dat het box 3-inkomen van X in dat jaar hoger is, omdat zijn schulden aan de FE door de eerdere herkwalificatie niet meer als zodanig meetellen. De beroepen zijn deels gegrond.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 4.12
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 5.2
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 27E
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 47
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 52A
Instantie: Rechtbank Gelderland
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting
Editie: 2 april
Informatiesoort: VN Vandaag