Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat X in 2021 geen verlies uit eerdere jaren mag verrekenen, omdat er geen verliesvaststellingsbeschikking is. De persoonlijke omstandigheden en het faillissement van X doorbreken de wettelijke eis van een beschikking niet.

In de aangifte IB/PVV 2021 geeft X € 69.134 aan en vermeldt hij schulden van € 80.000 vanwege crediteuren uit een voormalige onderneming. De inspecteur legt een aanslag 2021 op, handhaaft die in bezwaar en vermindert die later ambtshalve naar € 68.267 wegens een restant persoonsgebonden aftrek. X stelt dat eerdere jaren verlies laten zien, maar dat de administratie en stukken bij de curator liggen na zijn faillissement.

In geschil is of X bij de aanslag IB/PVV 2021 recht heeft op verrekening van verlies uit werk en woning uit eerdere jaren zonder dat er een verliesvaststellingsbeschikking bestaat.

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat art. 3.151 Wet IB 2001 een voor bezwaar vatbare verliesvaststellingsbeschikking vereist voordat verliesverrekening mogelijk is. Omdat de inspecteur nooit zo’n beschikking heeft afgegeven, is er geen verrekenbaar verlies, ongeacht de persoonlijke omstandigheden van X of het ontbreken van de administratie door het faillissement. De rechtbank vermindert de aanslag IB/PVV 2021 uitsluitend wegens de alsnog verwerkte persoonsgebonden aftrek tot een belastbaar inkomen van € 68.267 en vermindert de belastingrente tot € 470, maar wijst verliesverrekening af.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.151

Instantie: Rechtbank Noord-Holland

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 6 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

14

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen