Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de belastingvermindering in box 3 voldoende rechtsherstel biedt en dat de inspecteur geen wettelijke rente aan X hoeft te vergoeden.

De inspecteur legt een aanslag IB/PVV 2018 aan X op ter zake van box 3. De rechtbank verklaart het beroep van X gegrond en vermindert het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen tot nihil, een belastingvermindering van € 4642. De rechtbank veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van wettelijke rente over de periode tussen de betaling en de terugbetaling van de in strijd met het EVRM geheven box 3-heffing. De inspecteur stelt hoger beroep in. In geschil is of de inspecteur terecht is veroordeeld tot het vergoeden van wettelijke rente.

Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat bij een in strijd met het EVRM geheven box 3-heffing in beginsel voldoende rechtsherstel plaatsvindt door vermindering van de aanslag dat alleen nog het werkelijke rendement in de heffing wordt betrokken. Onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 6 juni 2024 (V-N 2024/28.4) stelt het hof dat aanvullende wettelijke rente alleen nodig is als de wettelijke rente hoger is dan de belastingvermindering. Omdat de belastingvermindering € 4642 bedraagt en de wettelijke rente daarover dit bedrag niet kan overtreffen, acht het hof de vermindering van de aanslag afdoende en vernietigt de beslissing van de rechtbank over de vergoeding van de wettelijke rente. Het hoger beroep van de inspecteur is gegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 5.2

Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden artikel 13

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 26 maart

Informatiesoort: VN Vandaag

10

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen