X is eigenaar en gebruiker van een perceel in de gemeente Noordwijk. Het perceel ligt aan een onverharde weg van circa 315 meter lang. Aan het begin van de onverharde weg, staat een bord met daarop de tekst ‘eigen weg, verboden toegang Art. 461 Wetb v Strafr.’. Om schade aan particuliere terreinen en vuilniswagens te voorkomen, heeft de gemeente met het afvalverwerkingsbedrijf de afspraak gemaakt dat vuilniswagens niet op particulier terrein hoeven te rijden. De gemeente heeft een inzamelpunt aangewezen die ligt aan de openbare weg. X stelt dat de afstand van het perceel tot het inzamelpunt te groot is. De gemeente voldoet daarmee volgens hem niet aan haar inzamelplicht om bij het perceel het afval op te halen. In hoger beroep is in geschil of de gemeente voldoet aan haar wettelijke inzamelplicht.
Hof Den Haag oordeelt dat de gemeente voldoet aan haar inzamelplicht. De gemeente biedt aan X de mogelijkheid om op een inzamelpunt zijn huishoudelijk afval aan te bieden. Niet in geschil is dat het aangewezen inzamelpunt de dichtst bij het perceel van X voor het openbare rijverkeer openstaande en voor de ter plaatse gebezigde vuilniswagens toegankelijke weg is. De inzamelplicht omvat niet het ophalen van huishoudelijke afvalstoffen die zich op particulier terrein bevinden. Bovendien staat aan het begin van de zandweg een bord met daarop de tekst ‘eigen weg, verboden toegang Art. 461 Wetb v Strafr’. Er geldt geen maximale afstand van het perceel van X tot het inzamelpunt. Het hoger beroep is ongegrond en de aanslag blijft in stand.
Wetingang:
Wet milieubeheer artikel 10.21
Wet milieubeheer artikel 10.22
Instantie: Hof Den Haag
Rubriek: Belastingen van lagere overheden
Editie: 15 januari
Informatiesoort: VN Vandaag