Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat het verzoek om ambtshalve vermindering te laat is ontvangen. Het hof verwerpt het beroep van X op de gemitigeerde verzendtheorie voor bezwaar- en beroepschriften.

Omdat X voor het jaar 2014, ondanks daartoe te zijn aangemaand, geen IB-aangifte 2014 indient, legt de inspecteur ambtshalve een IB-aanslag op. Op 30 december 2019 verzoekt X om ambtshalve vermindering van de aanslag. De inspecteur wijst dit verzoek af omdat het verzoek, met datumstempel 31 december 2019, niet tijdig, namelijk pas op 2 januari 2020, is ontvangen. X beroept zich op de gemitigeerde verzendtheorie van art. 6:9 lid 2 Awb.

Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat het verzoek om ambtshalve vermindering te laat is ontvangen door de inspecteur. Het is namelijk pas na afloop van de vijfjaarstermijn ontvangen. Het hof verwerpt het beroep van X op de gemitigeerde verzendtheorie voor bezwaar- en beroepschriften. Volgens het hof is deze theorie niet van toepassing op een verzoek om ambtshalve vermindering. Verder maakt X ook niet aannemelijk dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Uit de overgelegde verklaringen blijkt niet dat het onmogelijk was om het verzoekschrift in te dienen vóór 31 december 2019, de laatst mogelijke datum. Het hoger beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 9.6

Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 artikel 45AA

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 8 april

Informatiesoort: VN Vandaag

10

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen