Staatssecretaris Heijnen van Financiën informeert de Tweede Kamer over de uitkomst van het arrest waarin de Hoge Raad de bepaling waarmee het verhoogde belastingrentepercentage voor de vennootschapsbelasting wordt geregeld onverbindend en buiten toepassing verklaart (V-N 2026/5.21).
Hij heeft het voornemen om in beide momenteel lopende massaalbezwaarprocedures over de hoogte van het belastingrentepercentage collectieve uitspraak op bezwaar te doen. Tegelijkertijd met de toename van bezwaren tegen het verhoogde percentage zag de Belastingdienst namelijk ook een toename van bezwaren tegen het reguliere belastingrentepercentage. Dit heeft geleid tot de aanwijzing massaal bezwaar belastingrente inkomstenbelasting.
De inspecteur gaat twee aparte collectieve uitspraken doen. De eerste collectieve uitspraak wordt gedaan op het massaal bezwaar belastingrente vennootschapsbelasting. Deze bezwaren worden gegrond verklaard. De tweede collectieve uitspraak wordt gedaan op het massaal bezwaar belastingrente inkomstenbelasting. Deze bezwaren worden ongegrond verklaard. Tegen de collectieve uitspraak kan geen beroep worden ingesteld. Binnen zes maanden na de bekendmaking worden de bestreden rentebeschikkingen verminderd. De herberekening van de rente vindt plaats naar het toepasselijke reguliere percentage. Openstaande verzoeken om de belastingrente die is beschikt bij een voorlopige aanslag te herzien worden toegewezen. Het arrest leidt tot een budgettaire derving.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 30F
Besluit belasting- en invorderingsrente artikel 1
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 25C
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën
Editie: 17 februari
Informatiesoort: VN Vandaag