Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de inspecteur de pensioen- en stamrechtuitkeringen terecht tot het loon heeft gerekend.

X is enig aandeelhouder van X BV. In 2001 ontvangt X een ontslagvergoeding die rechtstreeks is overgemaakt naar X BV. X BV heeft het ontvangen bedrag toegevoegd aan de al bestaande loonstamrechtverplichting. X ontvangt in de jaren 2012 tot en met 2016 pensioen- en stamrechtuitkeringen van X BV en van Achmea. Volgens X behoren de uitkeringen van X BV die voortvloeien uit de ontslaguitkering uit 2001 niet tot het loon omdat deze niet voortvloeien uit een stamrecht. De pensioenuitkeringen van Achmea behoren niet tot het loon, omdat de pensioenregeling onzuiver is. In hoger beroep is in geschil of deze uitkeringen behoren tot X’ loon.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de inspecteur de pensioen- en stamrechtuitkeringen terecht tot het loon heeft gerekend. In 2001 was het normaal om van de stamrechtvrijstelling gebruik te maken. Verder kan het gezien de hoogte van de ontslaguitkering en de hoogte van de stamrechtvoorziening welhaast niet anders zijn dan dat de ontslagvergoeding bruto is overgemaakt. Het hof laat in het midden of de pensioenregeling bij Achmea een zuivere pensioenregeling is. Ongeacht het antwoord op die vraag behoren de uitkeringen namelijk tot X’ loon op grond van art. 10 lid 4 Wet LB 1964. X’ hoger beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.81

Wet op de loonbelasting 1964 artikel 10

Wet op de loonbelasting 1964 artikel 11

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 30 januari

Informatiesoort: VN Vandaag

20

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen