De Hoge Raad geeft enige algemene overwegingen over de uitleg van art. 40 Wet WOZ, toegespitst op de waardevaststelling van woningen. Daarbij wordt voortgeborduurd op eerdere rechtspraak. Vervolgens formuleert de Hoge Raad regels voor diverse categorieën gegevens die hiervoor van belang zijn.

X schakelt een gemachtigde in om de WOZ-waarde 2021 van zijn woning te bestrijden. De gemachtigde vraagt in de bezwaarprocedure, met een beroep op art. 40 Wet WOZ, diverse stukken op, zoals de onderbouwing van de indexering naar waardepeildatum en de factoren die met betrekking tot de woning en de referentiepanden een waardeoordeel uitdrukken over kwaliteit, onderhoud, uitstraling, doelmatigheid, voorzieningen en ligging (KOUDVL-factoren). De heffingsambtenaar verstrekt daarop een ‘taxatiematrix’. In hoger beroep is nog in geschil of art. 40 Wet WOZ is geschonden. Hof Amsterdam oordeelt dat art. 40 Wet WOZ niet is geschonden. Wel bestaat volgens het of recht op vergoeding van het griffierecht. De vergoeding voor de kosten van het hoger beroep worden gematigd tot € 60 en de ISV tot € 50 per half jaar. X gaat in cassatie.

De Hoge Raad geeft enige algemene overwegingen over de uitleg van art. 40 Wet WOZ, toegespitst op de waardevaststelling van woningen. Daarbij wordt voortgeborduurd op eerdere rechtspraak. Vervolgens formuleert de Hoge Raad, voor diverse categorieën gegevens die veelal bij de waardevaststelling van woningen worden gebruikt, een aantal regels aan de hand waarvan moet worden bepaald of het gegevens zijn die aan de vaststelling van de waarde van een woning ten grondslag liggen in de zin van art. 40 Wet WOZ. Hierbij geldt dat slechts een informatieverplichting voor de heffingsambtenaar bestaat als de desbetreffende gegevens in een stuk zijn vastgelegd, in het concrete geval rechtstreeks zijn gebruikt voor de waardebepaling en de belastingplichtige een voldoende specifiek verzoek om verstrekking van een afschrift daarvan heeft gedaan. In de onderhavige zaak van X geldt dat art. 40 Wet WOZ volgens de Hoge Raad niet is geschonden. De Hoge Raad houdt de zaak nog wel aan om de hoogte van de vergoeding van proceskosten voor de cassatieprocedure te bepalen.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet waardering onroerende zaken artikel 40

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Belastingen van lagere overheden, Waardering onroerende zaken, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 2 maart

Informatiesoort: VN Vandaag

110

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen