Hof Den Haag oordeelt dat X BV geen gronden van hoger beroep indient binnen de gestelde termijn. Daarmee voldoet het hogerberoepschrift niet aan de motiveringseis van de Awb en verklaart het hof het beroep niet ontvankelijk.

X BV voldoet op aangifte BPM voor de registratie van negen auto’s, waarbij koerslijsten en forfaitaire tabellen worden toegepast. De inspecteur vermindert bij drie auto’s de BPM wegens extra leeftijdskorting en kent teruggaven toe; overige bezwaren wijst hij af. De rechtbank verklaart enkele beroepen gegrond, vernietigt bepaalde uitspraken op bezwaar en kent aanvullende teruggaven, belastingrente, proceskostenvergoeding en immateriële schadevergoeding toe. X BV stelt pro forma hoger beroep in, voegt enkel de rechtbankuitspraak bij, en vraagt om proceskostenvergoeding, hogere schadevergoeding en passende rente. Het hof wijst haar op het ontbreken van motivering en geeft gelegenheid dit verzuim te herstellen. X BV dient geen gronden in. In geschil is of het hoger beroep van X BV ontvankelijk is nu zij geen gronden indient binnen de hersteltermijn.

Hof Den Haag stelt in lijn met eerdere rechtspraak vast dat het hogerberoepschrift niet voldoet aan de motiveringseis van de Awb. Het enkel overleggen van de rechtbankuitspraak is geen motivering. X BV krijgt gelegenheid het verzuim te herstellen, maar doet dit niet en voert geen verschoonbare redenen aan. Het hof verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 6.5

Algemene wet bestuursrecht artikel 6.24

Algemene wet inzake rijksbelastingen

Instantie: Hof Den Haag

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Belastingheffing van motorrijtuigen

Editie: 19 januari

Informatiesoort: VN Vandaag

14

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen