Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat X één BTW-belaste hospiceprestatie verricht, zodat zij recht heeft op een teruggave van de BTW op de verbouwingskosten van het pand en op de aanschafkosten van de zonnepanelen.

Stichting X exploiteert een particulier, low-care hospice. Voor het verblijf in het hospice betaalt een gast een eigen bijdrage van € 40 per dagdeel. Deze eigen bijdrage kan worden vergoed vanuit een (aanvullende) zorgverzekering of de bijzondere bijstand. Vrijwilligers uit de vrijwilligerspool van X verlenen een deel van de benodigde zorg voor de gast. Het andere deel van de zorg verleent een thuiszorgorganisatie, op grond van een overeenkomst met X. Daarnaast heeft X twee coördinatoren in dienst die de individuele zorginzet coördineren. Op 8 april 2022 heeft X, na verbouwing, een nieuw pand in gebruik genomen. De BTW op de verbouwingskosten van het pand en de aanschaf van zonnepanelen, heeft X teruggevraagd bij de Belastingdienst. In geschil is of X recht heeft op aftrek van de BTW op deze verbouwingskosten van het pand en op de aanschafkosten van de zonnepanelen.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat X één BTW-belaste hospiceprestatie verricht, zodat X recht heeft op een teruggave van de BTW op de verbouwingskosten van het pand en op de aanschafkosten van de zonnepanelen. De hospiceprestatie is belast met 21% BTW. De hospiceprestatie bestaat uit drie elementen namelijk het gebruik van de gastenkamer, algemene zorg en eten en drinken voor de gasten. Deze hospiceprestatie kwalificeert niet als BTW-vrijgestelde medische verzorging. Omdat het hospice niet is erkend als sociaal-culturele instelling, is de sociaal-culturele BTW-vrijstelling evenmin van toepassing. Bovendien is het enkel huren van de kamer of één van de overige elementen van de hospiceprestatie, voor de gasten geen doel op zich. Vanuit het oogpunt van de modale consument, verliezen de drie elementen hun zelfstandigheid en smelten als het ware samen tot de ondeelbare hospiceprestatie. Daarom kwalificeert de hosiceprestatie niet als een BTW-vrijgestelde verhuurdienst en ook niet als BTW-belaste short-stay dat is belast tegen het 9% BTW-tarief. De terbeschikkingstelling van logeerkamer aan de naasten/mantelzorgers van de gasten kwalificeert wel als short-stay. Het verstrekken van eten en drinken aan de naasten is een aparte prestatie die is belast tegen het verlaagde BTW-tarief. Het hoger beroep is gegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 11

Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 11

Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 11

Richtlijn 2006/112/EG van de Raad betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde artikel 132

Richtlijn 2006/112/EG van de Raad betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde artikel 132

Richtlijn 2006/112/EG van de Raad betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde artikel 132

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Rubriek: Omzetbelasting

Editie: 23 januari

Informatiesoort: VN Vandaag

24

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen