Staatssecretaris Heijnen van Financiën beantwoordt Kamervragen over de overwogen opties om de derving van het arrest van de Hoge Raad van 21 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:417, V-N 2025/14.6, over de liquidatieverliesregeling te dekken. Hieruit blijkt dat de incidentele derving is geschat op € 840 mln. en de structurele derving op € 65 mln. per jaar.

Om deze derving te dekken zijn de volgende opties overwogen:

  1. afschaffen van de liquidatieverliesregeling;
  2. de liquidatieverliesregeling beperken tot deelnemingen met een belang van ten minste 95%;
  3. de aftrek van het liquidatieverlies verlenen tot de omvang van de niet verrekende verliezen van de deelneming;
  4. de aftrek van het liquidatieverlies verlenen voor het opgeofferde bedrag, voor zover geen sprake is of had kunnen zijn van verliesoverdracht binnen de groep (voor-zover-benadering);
  5. codificatie van het Besluit deelnemingsvrijstelling;
  6. het verlagen van de drempel van € 5 miljoen.

Opties 2 tot en met 5 leiden niet tot de benodigde budgettaire opbrengst. Optie 6 leidt tot een verslechtering van het Nederlandse ondernemingsklimaat. Uiteindelijk is ook niet gekozen voor optie 1, omdat dit EU-rechtelijk een risico met zich meebrengt door verliezen die elders niet meer benut kunnen worden.

Met ingang van 1 januari 2027 wordt de fiscale behandeling aangepast van valutaresultaten op afdekkingsinstrumenten, die op verzoek onder de deelnemingsvrijstelling kunnen worden gebracht. Dit zorgt voor de benodigde dekking. Begin 2026 wordt het wetsvoorstel ter consultatie aangeboden.

Wetingang:

Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 13D

[Nieuwsbron] [Nieuwsbron]

Rubriek: Vennootschapsbelasting

Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën

Editie: 14 januari

Informatiesoort: VN Vandaag

36

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen