Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur art. 8:42 Awb niet schendt en dat de informatiebeschikking wegens ernstige administratieve gebreken terecht is. De rechtbank stelt X een termijn van 6 weken om de administratie te herstellen.

X exploiteert vanaf 18 april 2016 een eenmanszaak die handelt in gebruikte auto’s uit het duurdere segment en brengt deze per 30 juni 2020 in een BV in. De Belastingdienst start een boekenonderzoek naar de aangiften IB/PVV 2018 en 2019 en OB over 2018 tot en met 30 juni 2020. Naar aanleiding daarvan legt de inspecteur navorderingsaanslagen IB/PVV en naheffingsaanslagen OB op. X maakt bezwaar en de inspecteur geeft een informatiebeschikking wegens volgens hem ernstige administratieve tekortkomingen. In geschil is of de inspecteur de informatiebeschikking op grond van art. 52a AWR terecht geeft en art. 8:42 Awb schendt.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de door X genoemde gespreksverslagen en interne memo’s geen betekenis hebben voor de beoordeling van de informatiebeschikking, zodat zij geen stukken van het geding vormen en de inspecteur art. 8:42 Awb niet schendt. Op basis van het controlerapport stelt de rechtbank vast dat de kas-, crediteuren-, debiteuren- en voorraadadministratie ernstige gebreken vertonen en dat X ondanks kansen tijdens het boekenonderzoek zijn administratie niet op orde brengt. De informatiebeschikking is daarom terecht en X krijgt zes weken om de gebreken te herstellen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond voor zover het is gericht tegen de aan X gegeven informatiebeschikking.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 52

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 52A

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 3 april

Informatiesoort: VN Vandaag

19

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen