Aan X is een informatiebeschikking opgelegd voor de aanslagen IB/PVV 2008-2018, omdat hij weigert informatie te geven over buitenlandse banktegoeden. De aanleiding voor het opleggen van de informatiebeschikking is het ontvangen van gegevens van de Duitse autoriteiten over bankrekeningen bij een Luxemburgse bank. De herhaaldelijke informatieverzoeken van de inspecteur vanaf 2019 leveren geen beantwoording van de vragen op. Rechtbank Gelderland oordeelt dat de inspecteur terecht een informatiebeschikking aan X heeft opgelegd omdat hij aannemelijk maakt dat X houder is geweest van een of meer buitenlandse bankrekeningen. De informatie uit Duitsland is niet onrechtmatig verkregen. X onderbouwt zijn stellingen over identiteitsmisbruik en etnisch profileren niet.
Hof Arnhem-Leeuwarden (V-N Vandaag 2025/2388) oordeelt dat de inspecteur terecht een informatiebeschikking heeft genomen. Het hof neemt de oordelen van de rechtbank over en maakt deze tot de zijne. Voor de jaren 2015 tot en met 2018 zijn aanslagen opgelegd nadat de informatiebeschikking was afgegeven. Daarom wordt de informatiebeschikking voor deze jaren vernietigd. De stelling van X dat er sprake is van corrupte bankmedewerkers en dat het persoonlijk gevaarlijk voor hem is de informatie op te vragen, wordt op geen enkele wijze onderbouwd. Het hof stelt een nieuwe termijn om alsnog aan de informatieverplichtingen te voldoen. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk omdat het duidelijk niet kan slagen (art. 80a lid 1 Wet RO).
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 47
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 49
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 52A
Instantie: Hoge Raad
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting
Editie: 31 maart
Informatiesoort: VN Vandaag