De Hoge Raad oordeelt dat de griffier terecht geen aanleiding heeft gezien om vrijstelling van griffierecht te verlenen.

X stelt cassatieberoep in tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van Hof Arnhem-Leeuwarden. In cassatie doet X een beroep op betalingsonmacht voor het verschuldigde griffierecht. De griffier van de Hoge Raad wint nadere informatie in bij X, maar ziet daarin geen aanleiding om van heffing van griffierecht af te zien. X betaalt het griffierecht vervolgens onder protest.

De Hoge Raad oordeelt dat de griffier terecht geen aanleiding heeft gezien om vrijstelling van griffierecht te verlenen. Op grond van de door X overgelegde documenten acht de Hoge Raad namelijk niet aannemelijk dat zijn maandelijkse netto-inkomen in de relevante periode minder bedraagt dan 95% van de voor hem geldende (maximale) bijstandsnorm voor een alleenstaande tot de AOW-gerechtigde leeftijd (vgl. HR 7 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1651, V-N 2025/50.12). De Hoge Raad oordeelt vervolgens inhoudelijk dat de klachten van X niet kunnen leiden tot vernietiging van de hofuitspraak (art. 81 RO). Het cassatieberoep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.41

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 16 maart

Informatiesoort: VN Vandaag

37

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen