De heer X is 100% aandeelhouder en bestuurder van een vennootschap. Haar activiteiten bestaan officieel onder meer uit het verstrekken van juridische adviezen, het verlenen van rechtsbijstand en het voeren van administraties voor derden. X ontvangt in 2020 een maandsalaris van € 1000. De FIOD merkt X als verdachte aan in een strafrechtelijk onderzoek naar het witwassen van geld. Volgens de FIOD is de vennootschap in 2020 als carrousel gebruikt om via Belgische bedrijven, valse facturen en onterechte BTW-aftrek cash geld te genereren. In geschil zijn de aanslagen van X in de IB-sfeer. De correcties zien op het gebruikelijk loon (plus € 34.000) en € 25.000 extra inkomen. Niet meer in geschil is dat de niet door X aangegeven bijtelling privégebruik auto € 19.657 is.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat de niet aangegeven bijtelling reeds voldoende is om de bewijslast om te keren en te verzwaren. Gelet op zijn professionele achtergrond is het aannemelijk dat X wist dat de bijtelling moest worden aangeven. Het gebruikelijk loon is door de inspecteur terecht op € 46.000 gesteld. De stelling van X dat er geen financiële ruimte was om meer dan € 12.000 loon toe te kennen, is niet met stukken onderbouwd. De schatting van de inspecteur ten aanzien van het extra inkomen is redelijk. Als de contante stortingen van € 16.451 en € 3800 en het voordeel privé gebruik auto (€ 19.657) bij elkaar worden opgeteld, dan komt dat namelijk al ver boven de € 25.000 uit. De schatting van de inspecteur is dus eerder te laag dan te hoog. De beroepen van X zijn ongegrond.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 27E
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 55
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 12A
Instantie: Rechtbank Gelderland
Rubriek: Inkomstenbelasting, Loonbelasting
Editie: 5 januari
Informatiesoort: VN Vandaag