Hof Den Haag oordeelt dat X' inkomsten niet kwalificeren als winst uit onderneming, maar als loon uit (fictieve) dienstbetrekking. X heeft namelijk slechts één opdrachtgever, zij mag zich slechts door een andere consulent van de opdrachtgever laten vervangen en de hoogte van haar provisie wordt eenzijdig vastgesteld.

X is vanaf 2011 consulente van een relatiebemiddelingsbureau. De provisie van X is afhankelijk van haar omzet van het voorgaande jaar en zij geeft de inkomsten aan als winst uit onderneming. In 2021 is een boekenonderzoek ingesteld, omdat was gebleken dat X geen BTW-aangiften deed. Volgens de inspecteur volgt uit dit boekenonderzoek dat X geen winst uit onderneming geniet, maar loon uit fictieve dienstbetrekking. In hoger beroep is onder meer in geschil of X' inkomen kwalificeert als winst uit onderneming of loon uit (fictieve) dienstbetrekking.

Hof Den Haag oordeelt dat X' inkomsten niet kwalificeren als winst uit onderneming, maar als loon uit (fictieve) dienstbetrekking. X heeft namelijk maar één opdrachtgever, zij mag zich slechts door een andere consulent van de opdrachtgever laten vervangen en de hoogte van haar provisie wordt eenzijdig vastgesteld. De inkomsten kwalificeren als loon uit fictieve dienstbetrekking. X' hoger beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.5

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.81

Wet op de loonbelasting 1964 artikel 3

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 16

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.8

Instantie: Hof Den Haag

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Loonbelasting, Inkomstenbelasting

Editie: 3 april

Informatiesoort: VN Vandaag

21

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen