X woont met zijn echtgenote in een huurwoning; zij exploiteren een VOF en een eenmanszaak. X doet aangifte IB/PVV 2016 met een verlies van € 4030 en nihil voor 2017 en 2018. X huurt met zijn zoon een loods waar politie in 2017 hennep, amfetaminegerelateerde stoffen, wapens en diverse handelsgoederen aantreft, en in 2019 in de woning € 10.697 in contanten. Een kasopstelling toont een groot negatief netto privé. De inspecteur verricht boekenonderzoek, stelt een controlerapport op en legt (navorderings)aanslagen IB/PVV en Zvw 2016 tot en met 2018 met vergrijpboeten op. In geschil is of de inspecteur de (navorderings)aanslagen IB/PVV en Zvw 2016‑2018 en de vergrijpboeten 2017‑2018 terecht en juist vaststelt.
Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de inspecteur alle op de zaak betrekking hebbende stukken overlegt. De vermogensvergelijkingen tonen aanzienlijke negatieve netto privé-bedragen, zodat X de vereiste aangiften 2017 en 2018 niet doet en omkering en verzwaring van de bewijslast geldt. De strafrechtelijke veroordeling ondersteunt zijn betrokkenheid bij amfetamineproductie en aangetroffen goederen. De inspecteur schat inkomsten uit amfetamine, overige goederen en hennep redelijk op basis van strafdossiers en controlerapport. Inkomenscorrecties 2016‑2018 en kwalificatie als resultaat uit overige werkzaamheden blijven in stand. De vergrijpboete 2017 staat na matiging op € 24.000 en de boete 2018 op € 748.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.8
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.90
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 27 maart
Informatiesoort: VN Vandaag