X beschikt in de jaren 2010 tot en met 2014 over diverse bankrekeningen in Zwitserland en Luxemburg, deels op naam van Limiteds waarvan hij enig aandeelhouder en bestuurder is. De rekeningen vertonen saldi tussen ongeveer € 155.000 en € 263.000. In 2013 en 2014 sluit X deze rekeningen en neemt hij de saldi contant op. Na een melding vrijwillige verbetering stelt de inspecteur vragen, geeft een informatiebeschikking voor 2006-2017 en kondigt (navorderings)aanslagen IB/PVV en vergrijpboeten aan. In bezwaar vermindert de inspecteur de correcties in box 1 maar laat hij de box 3-correcties en boetes grotendeels in stand. In geschil is of opbrengsten van de Luxemburgse Limiteds als reguliere voordelen uit aanmerkelijk belang belastbaar zijn en interne compensatie dit rechtvaardigt.
Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat X enig aandeelhouder en bestuurder van de Limiteds is en volledig over de Luxemburgse rekeningen beschikt. De daaruit genoten opbrengsten vormen daarom reguliere voordelen uit aanmerkelijk belang in box 2. De rechtbank acht een beroep van de inspecteur op interne compensatie toelaatbaar, omdat dit op dezelfde feiten berust en X daarop kan reageren. Nu de daaruit volgende belasting hoger is dan de na bezwaar vastgestelde heffing, maar aanslagen niet boven dat niveau mogen uitkomen, handhaaft de rechtbank de aanslagen 2010-2014.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 4.12
Instantie: Rechtbank Noord-Holland
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting
Editie: 4 maart
Informatiesoort: VN Vandaag