Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur met de enkele reactie dat hij X niet gelooft, niet aannemelijk maakt dat het aangetroffen geld in de woning van X belastbaar inkomen vormt.

Bij een doorzoeking van de woning van X worden een hennepdrogerij en een aanzienlijk bedrag aan contanten aangetroffen. X, zijn echtgenote en zijn moeder leggen diverse verklaringen af, waaronder dat het geld afkomstig is uit een letselschade-uitkering. Later verklaart X dat het geld afkomstig is van een schenking van zijn vader, waarvoor hij aangifte schenkbelasting doet. De inspecteur legt een navorderingsaanslag IB/PVV 2018 op. In geschil is of de vereiste aangifte is gedaan en of de aangetroffen contanten belastbare inkomsten vormen.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de reactie van de inspecteur dat hij de standpunten van X niet gelooft, onvoldoende is voor het omkeren en verzwaren van de bewijslast. De inspecteur had nader onderzoek moeten doen, aangezien X met diverse stukken de stelling van de inspecteur betwist. De rechtbank vernietigt de navorderingsaanslag.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 25

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 2 april

Informatiesoort: VN Vandaag

9

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen