Hof Amsterdam oordeelt dat de verzoeken om ambtshalve vermindering over de jaren 2015 en 2016 terecht zijn afgewezen, omdat de rechter vóór 2017 op stelselniveau alleen kan ingrijpen als er sprake is van een individuele buitensporige last.

X ontvangt in 2015 en 2016 een uitkering. Zij en haar partner bezitten een eigen woning met overwaarde en houden aanzienlijke contante tegoeden aan. Voor 2015 krijgt X een box 3-heffing opgelegd van € 251 en voor 2016 € 138. De inspecteur wijst de verzoeken om ambtshalve vermindering af. X stelt in hoger beroep dat het niet de intentie van de wet is belasting te heffen over niet genoten inkomsten. X laat in hoger beroep uitdrukkelijk de stelling vallen dat voor haar sprake is van een individuele en buitensporige last voor beide jaren.

Hof Amsterdam oordeelt dat de verzoeken om ambtshalve vermindering over de jaren 2015 en 2016 terecht zijn afgewezen. X heeft weliswaar gelijk dat de box 3-heffing voor deze jaren niet past bij de intentie van de wet, maar dat de Hoge Raad heeft beslist dat de rechter voor jaren vóór 2017 uitsluitend kan ingrijpen als een belastingplichtige geconfronteerd wordt met een individuele buitensporige last. Er is geen grond voor rechtsherstel. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 5.3

Instantie: Hof Amsterdam

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 4 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

16

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen