Erdrich Umformtechnik GmbH verzoekt de Tsjechische Belastingdienst in 2019 om vrijstelling van belasting op haar inkomsten uit royalty’s voor de jaren 2014-2018. Dit verzoek wordt gehonoreerd voor de jaren 2017 en 2018. Voor de jaren 2014-2016 wordt het verzoek afgewezen omdat het te laat is ingediend, na de daarvoor geldende termijn van twee jaren. Erdrich is het hier niet mee eens. De Tsjechische rechter stelt prejudiciële vragen in deze zaak.
Het Hof van Justitie oordeelt dat de Interest- en royaltyrichtlijn de reikwijdte van een vrijstelling niet beperkt tot uitsluitend het tijdvak na het tijdstip waarop een besluit is vastgesteld. Het Hof van Justitie wijst daarbij op de doelstellingen van deze richtlijn: het afschaffen van dubbele belasting op uitkeringen van interest en royalty’s tussen verbonden ondernemingen uit verschillende lidstaten en het waarborgen dat deze uitkeringen eenmaal in één enkele lidstaat worden belast. De mogelijkheid voor een lidstaat om krachtens art. 1 lid 12 Interest- en royaltyrichtlijn vrijstelling te verlenen ten aanzien van een tijdvak dat voorafgaat aan het tijdstip waarop het vrijstellingsbesluit is genomen, of zelfs ten aanzien van een tijdvak dat voorafgaat aan het tijdstip waarop het attest en de bewijsstukken zijn verstrekt om het verzoek om vrijstelling te staven, draagt bij tot de verwezenlijking van deze doelstelling. Verder wordt de aanvrager geen termijn opgelegd waarbinnen het attest en de bewijsstukken aan de bevoegde autoriteit moeten worden verstrekt.
Wetingang:
Instantie: Hof van Justitie van de Europese Unie
Rubriek: Vennootschapsbelasting, Internationaal belastingrecht, Europees belastingrecht
Editie: 10 maart
Informatiesoort: VN Vandaag