De eerste maatregel is de aanpassing van de definitie van startende ondernemingen voor de uitzondering in het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3. In het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 is een uitzondering op de vermogensaanwassystematiek opgenomen voor aandeelhouders van winstbewijzen in startende ondernemingen. De definitie startende onderneming wordt vervangen door de definitie startup en scale-up.
De tweede maatregel is het fiscaal stimuleren van medewerkersparticipatie bij startups en scale-ups via aanpassing van de Wet LB 1964. Medewerkersparticipatie is voor startups en scale-ups in potentie een geschikt instrument voor het aantrekken en behouden van talent. Medewerkersparticipatie kan daarnaast zorgen voor versterking van het startupecosysteem doordat medewerkers de opbrengsten weer kunnen herinvesteren in de volgende generatie bedrijven. De twee belangrijkste maatregelen ten aanzien van medewerkersparticipatie bij startups en scale-ups zijn 1) lagere loonheffing op het inkomen uit aandelenopties voor werknemers van startups en scale-ups en 2) als hoofdregel uitstel van heffing van loon- en inkomstenbelasting tot het moment dat de door uitoefening van de aandelenoptie verkregen aandelen daadwerkelijk worden verkocht. Om ongewenst anticipatiegedrag te voorkomen wordt voorzien in overgangsrecht.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 5.17
Invorderingswet 1990 artikel 25
Rubriek: Inkomstenbelasting, Loonbelasting
Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën
Editie: 3 april
Informatiesoort: VN Vandaag
Uitsluiting Nieuwsbrief: Uitsluiting Nieuwsbrief