Met ingang van de toetreding van Spanje tot de EU op 1 januari 1986 wordt voor het eerst in Spanje een uitsluiting van het recht op BTW-aftrek voor representatiekosten ingevoerd. Vóór 1 januari 1986 bestond er in Spanje namelijk geen verbruiksbelasting met een soortgelijke structuur als de BTW met een recht op aftrek. Tussen Randstad España SLU en de Spaanse Belastingdienst ontstaat een geschil over de aftrekbaarheid van de BTW op de kosten die Randstad maakt voor relatiegeschenken (tickets voor sportevenementen en andere vrijetijdsevenementen). Randstad is het niet eens met de weigering van de aftrek. De Spaanse rechter stelt prejudiciële vragen in deze zaak.
Het Hof van Justitie oordeelt dat de Spaanse uitsluiting van aftrek van BTW-voorbelasting met betrekking tot representatiekosten niet in strijd is met het EU-recht. Het Hof van Justitie wijst er daarbij op dat de regeling van kracht werd op de datum waarop Spanje toetrad tot de EU. De inwerkingtreding heeft verder ook niet geresulteerd in werkelijke wijzigingen voor ondernemers. Zij konden de voorbelasting over de representatiekosten vóór de inwerkingtreding van de (nieuwe) regeling ook niet aftrekken, omdat een BTW-stelsel ontbrak. Ook is de uitsluiting van de BTW-aftrek voor representatiekosten volgens het Hof van Justitie verenigbaar met de wil van de EU-wetgever.
Wetingang:
Instantie: Hof van Justitie van de Europese Unie
Rubriek: Omzetbelasting, Europees belastingrecht
Editie: 16 maart
Informatiesoort: VN Vandaag