Staatssecretaris Eerenberg van Financiën beantwoordt vragen van het lid Stultiens (GL-PvdA) over het voorstel van de Franse Econoom Zucman voor een wereldwijde minimumbelasting. Hieruit blijkt dat het kabinet op dit moment geen voornemen heeft om verdere stappen te nemen voor een brede vermogensbelasting.

Het voorstel van Zucman houdt in dat huishoudens met een vermogen van € 100 miljoen of meer jaarlijks een minimumbedrag aan belasting zouden moeten betalen dat overeenkomt met 2% van de totale nettowaarde van hun bezittingen. Om te voorkomen dat zeer vermogende personen gaan emigreren, kan tevens een verlengde minimumbelastingplicht worden ingevoerd (trailing tax).

Als huishoudens met een vermogen van minstens € 100 miljoen extra worden belast kan dat mogelijk gerealiseerd worden via een generieke vermogensbelasting die voor alle huishoudens vanaf dat vermogen geldt. Meerdere politieke partijen hebben een dergelijke variant van een vermogensbelasting laten doorrekenen door het CPB. Uit berekeningen van het CPB blijkt dat elke variant van een brede vermogensbelasting juridische en uitvoeringstechnische risico’s met zich meebrengt.

Het belasten van werkelijk rendement van box 3-vermogen is volgens het kabinet een belangrijke volgende stap in het evenwichtiger belasten van arbeid en vermogen.

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 5.2

[Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron]

Rubriek: Inkomstenbelasting

Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën

Editie: 10 maart

Informatiesoort: VN Vandaag

32

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen