De vestigingsplaatsbepaling van art 1.3 Wet MB 2024 is van toepassing op een joint venture en de met de joint venture verbonden partijen en geldt daardoor ook bij de berekening van de bijheffing van een joint venturegroep. Dat staat in een standpunt van de Kennisgroep Pijler 2.

De transitiebepaling van art. 14.2 lid 5 Wet MB 2024 is niet van toepassing bij de berekening van de bijheffing van een joint venturegroep. Deze bepaling voorziet in een tijdelijke nihilstelling van de onderbelastewinstbijheffing voor multinationale groepen en wordt toegepast door de in Nederland gevestigde groepsentiteit die belastingplichtig is voor de onderbelastewinstbijheffing. Als sprake is van een joint venture of een joint venturegroep vindt de onderbelastewinstbijheffing plaats bij de moederentiteit die een belang heeft in de joint venture of joint venturegroep.

Wetingang:

Wet minimumbelasting 2024 artikel 1.3

Wet minimumbelasting 2024 artikel 9.4

Wet minimumbelasting 2024 artikel 14.2

[Nieuwsbron]

Rubriek: Internationaal belastingrecht

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 13 april

Informatiesoort: VN Vandaag

8

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen