Land Z kent een wettelijk pensioen dat vergelijkbaar is met de Nederlandse AOW en is gebaseerd op het omslagstelsel. Voor een aantal beroepsgroepen geldt een andere pensioenregeling waarvan de deelnemers onder voorwaarden zijn vrijgesteld van het wettelijk pensioen. De premies bij deze andere buitenlandse pensioenregeling worden door een pensioeninstelling, A, belegd. De financiering werkt volgens het kapitaaldekkingsstelsel. Voor de teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting is onder meer vereist dat A subjectief zou zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting wanneer A in Nederland zou zijn gevestigd (art. 5 lid 1 onderdeel b Wet VPB 1969). Ook dient te worden voldaan aan de voorwaarden van onderdeel 3.3 van het Besluit van 25 november 2019, Stcrt. 2019, 66223, V-N 2020/3.11. Op grond van één van die voorwaarden – onderdeel 3.3.1 voorwaarde L – moet het pensioenstelsel niet onder het socialezekerheidsstelsel van het desbetreffende land vallen. De buitenlandse pensioenregeling wordt niet onderworpen aan de regels van het wettelijk pensioen, voorziet niet in een algemene uitkering en wordt gefinancierd via het kapitaaldekkingsstelsel. Aan voorwaarde L wordt voldaan.
Wetingang:
Uitvoeringsbesluit vennootschapsbelasting 1971 artikel 3
Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 5
Rubriek: Huwelijksvermogensrecht, Vennootschapsbelasting, Loonbelasting
Regelgevende instantie: Belastingdienst
Editie: 26 februari
Informatiesoort: VN Vandaag