Uit een arrest van de Hoge Raad (HR 19 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2696, V-N 2014/50.22) volgt dat de cultuurgrondvrijstelling van toepassing is op grond die primair de functie heeft om gewassen te voeden of doen groeien. De vrijstelling is niet van toepassing op ondergronden van agrarische opstallen, tenzij sprake is van glasopstanden, en ook niet op ondergrond van een waterbassin dat als aanhorigheid bij cultuurgrond of een glasopstand hoort. Waterbassins bestaande uit een aarden wal met waterdichte folie zijn geen opstal, grond bestemd voor veeteelt, akker-, weide-, tuin- of bosbouw, of de ondergrond van glasopstanden. Waterbassins die wel een opstal zijn komen alleen in aanmerking voor de vrijstelling als sprake is van de ondergrond van glasopstanden. De Kennisgroep concludeert dat dit betekent dat de verkrijging van de ondergrond van een waterbassin niet in aanmerking komt voor de cultuurgrondvrijstelling.
Wetingang:
Wet op belastingen van rechtsverkeer artikel 15
Rubriek: Belastingen van rechtsverkeer
Regelgevende instantie: Belastingdienst
Editie: 12 februari
Informatiesoort: VN Vandaag