X en Z zijn samenwerkende stichtingen. X heeft verricht werkzaamheden waarmee een onderneming wordt gedreven. Z heeft in haar statuten onder andere de doelstelling opgenomen om ondersteunende diensten te verlenen aan X. X is de vergoeding voor de diensten schuldig gebleven en heeft daardoor een rekening-courantschuld bij Z. Z heeft belang bij de voortzetting van de ondernemingsactiviteiten van X en wil daarom het eigen vermogen van deze stichting versterken door: i) de rekening-courantschuld kwijt te schelden en ii) een additionele financiële bijdrage te verstrekken. X heeft de kwijtschelding en de ontvangen financiële bijdrage aangemerkt als een onbelaste vermogenstoename met een beroep op HR van 10 maart 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA2709 (manege-arrest), BNB 1999/208. Aan de Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen wordt de vraag gesteld of voor deze versterkingen van het eigen vermogen, via een kwijtschelding van een rekening-courantschuld en een verstrekking van een financiële bijdrage, een beroep kan worden gedaan op het manege-arrest.
Wetingang:
Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 2
Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 2
Rubriek: Inkomstenbelasting
Regelgevende instantie: Belastingdienst
Editie: 24 maart
Informatiesoort: VN Vandaag