De werkzaamheden van een buitenlandse vennootschap met betrekking tot een omvangrijke verplaatsbare installatie in Nederland, kwalificeren als een vaste inrichting voor de toepassing van een oud belastingverdrag. Dit volgt uit een standpunt van de Kennisgroep IBR VPB & winst.

De werkzaamheden van een buitenlandse vennootschap met betrekking tot een omvangrijke verplaatsbare installatie in Nederland, kwalificeren als een vaste inrichting voor de toepassing van het belastingverdrag dat dateert van vóór het OESO-Modelverdrag 1977. Dit volgt uit een standpunt van de Kennisgroep IBR Vpb & winst.

X is een buitenlandse vennootschap die beschikt over een omvangrijke verplaatsbare installatie. De kernactiviteit van X in Nederland bestaat uit het (ver)plaatsen van de installatie, het uitvoeren van de werkzaamheden en verzamelen van data. Op grond van een raamwerkovereenkomst met de hoofdopdrachtgever worden gedurende drie jaren werkzaamheden op vijf tot tien verschillende locaties in Nederland verricht. X bedient de installatie met eigen personeel. Aansturen en analyse van de resultaten geschiedt vanuit het vestigingsland van X. De werkzaamheden kwalificeren niet als ‘bouw-, constructie- of installatiewerkzaamheden’. Bij de toepassing van het verdrag moet rekening worden gehouden met jurisprudentie van de Hoge Raad ten tijde van het sluiten van dat verdrag. De Kennisgroep acht deze casus vergelijkbaar met de situatie in het Circustentarrest (HR 31 oktober 1954, ECLI:NL:HR:1954:AY4080, BNB 1954/336), met name met betrekking tot de bedrijfsinrichting, de verplaatsbaarheid daarvan en de duur van de aanwezigheid.

[Nieuwsbron]

Rubriek: Internationaal belastingrecht

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 12 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

15

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen