De Kennisgroep Inkomstenbelasting niet-winst heeft een standpunt gepubliceerd over het genietingstijdstip van lopende rente- en huurtermijnen in box 3 bij overlijden voor de tegenbewijsregeling box 3. Daarnaast is het standpunt over het werkelijk rendement in overlijdenssituaties, KG:202:2025:11, V-N 2025/35.27.5, verduidelijkt.
De opgebouwde rente tot en met de overlijdensdatum wordt bij de erflater niet als werkelijk rendement in aanmerking genomen wanneer de rentedatum op 31 december ligt. De opgebouwde rente vormt namelijk geen regulier voordeel, omdat een genietingstijdstip op basis van het kasstelsel ontbreekt. De opgebouwde rente komt ook niet tot uitdrukking in de vermogensaanwas in de periode van 1 januari tot en met de overlijdensdatum. Bij de erfgenamen wordt de rente (opgebouwd zowel vóór als na het overlijden) als regulier voordeel in dat jaar in aanmerking genomen. Deze opgebouwde rente komt in de vermogensaanwas bij de erfgenamen niet tot uitdrukking.
Er geldt een afwijkende uitwerking voor bijvoorbeeld obligaties vanaf 25 augustus 2025, 16.00 uur.
De huur die ziet op de periode na het overlijden van de erflater, maar is ontvangen vóór zijn overlijden, wordt als regulier voordeel belast bij de erflater. Deze één maand vooruit ontvangen huur komt niet tot uitdrukking in de vermogensaanwas van de erflater. De geërfde verplichting tot verstrekking van het huurgenot komt bij de erfgenamen niet tot uitdrukking in de vermogensaanwas.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 5.2
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 5.25
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 5.28
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 5.34
Rubriek: Inkomstenbelasting
Regelgevende instantie: Belastingdienst
Editie: 19 januari
Informatiesoort: VN Vandaag