Eigenwoningschulden van een niet in Nederland belastingplichtige verbonden persoon voor een eigen woning in het buitenland kunnen kwalificeren als eigenwoningschuld voor het bepalen van het bovenmatige deel van de schulden voor de excessieflenenregeling. Dit volgt uit een standpunt van de Kennisgroep aanmerkelijk belang.

X woont in Nederland, bezit alle aandelen in X BV en heeft een dochter, Y, die woont in het buitenland. Y leent geld bij X BV voor de aanschaf van een eigen woning in het buitenland en is niet belastingplichtig in Nederland. Y kwalificeert als een met X verbonden persoon. Voor het bepalen van het bovenmatige deel van de schulden, blijven eigenwoningschulden buiten aanmerking. Dit geldt ook voor eigenwoningschulden van een verbonden persoon. Y heeft een eigenwoningschuld als wordt voldaan aan de voorwaarden (art. 3.119a lid 1 onderdelen a, b en c Wet IB 2001) en als de woning onder de Nederlandse belastingheffing in box 1 zou vallen. Personen die niet belastingplichtig zijn in Nederland kunnen niet aan de voorwaarde voor de jaarlijkse informatieverstrekking over eigenwoningschuld per aangifte voldoen. Het is daarom in casu redelijk en passend binnen de doel en strekking van de excessieflenenregeling dat deze voorwaarde buiten beschouwing blijft voor het bepalen of de schuld van Y kwalificeert als eigenwoningschuld.

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.119A

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 4.13

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 4.14A

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 4.14B

[Nieuwsbron] [Nieuwsbron]

Rubriek: Inkomstenbelasting

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 5 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

8

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen