X is eigenaar van een vrijstaande woning met bouwjaar 1992. Bij de woning is een Bed & Breakfast (B&B) en een feestzaal/vergaderzaal gevestigd. Het totale perceeloppervlakte behorend bij de onroerende zaak betreft 20.310 m². De heffingsambtenaar stelt de WOZ-waarden voor de belastingjaren 2022 en 2023 vast en verlaagt deze in bezwaar tot € 615.000 en € 627.000. X vindt deze waarden nog steeds te hoog.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de heffingsambtenaar de vastgestelde WOZ-waarden niet aannemelijk maakt. Het gaat om een bijzonder object. De door de inspecteur gebruikte referentiewoningen zijn onvoldoende vergelijkbaar met het woningdeel van het object. Ook de waardering van de B&B en de feestzaal via de huurwaarde‑kapitalisatiemethode is onvoldoende onderbouwd. De heffingsambtenaar gaat in zijn berekening uit van onjuiste gegevens. X legt daarbij concreet en verifieerbare gegevens over die zijn standpunt ondersteunen. X maakt zijn voorgestelde waarde van € 470.000 evenmin aannemelijk. De rechtbank stelt de waarden in goede justitie vast op € 525.000 voor 2022 en € 530.000 voor 2023.
Wetingang:
Wet waardering onroerende zaken artikel 17
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Waardering onroerende zaken
Editie: 9 maart
Informatiesoort: VN Vandaag