Uit een controle van de Hongaarse Belastingdienst blijkt dat Aptiv Services Hungary Kft. in 2021 in haar BTW-aangiften de BTW over intracommunautaire verwervingen van goederen in de jaren 2016-2018 in aftrek brengt. De fiscus weigert de aftrek. Aptiv stelt dat zij de BTW over de jaren 2016-2018 pas in 2021 in aftrek heeft gebracht omdat vertraging was ontstaan bij de afgifte van de betrokken facturen door de leveranciers en aan de te late registratie van deze facturen in haar boekhouding. De Hongaarse rechter stelt een prejudiciële vraag in deze zaak.
Het Hof van Justitie oordeelt dat het in strijd met het EU-recht is dat Hongarije de door Aptiv in 2021 geclaimde BTW-aftrek over ICV’s uit de jaren 2016-2018 weigert. Dat Aptiv pas in 2021 beschikte over de betreffende facturen staat aftrek in 2021 niet in de weg. Het Hof van Justitie acht daarbij van belang dat het voor Aptiv onmogelijk is om haar recht op aftrek uit te oefenen in het kader van andere procedurele mechanismen waarin het Hongaarse recht voorziet. Het doeltreffendheidsbeginsel wordt dan niet geëerbiedigd wanneer het een te goeder trouw, en binnen de verjaringstermijn handelende belastingplichtige, zoals Aptiv, niet toestaat om haar recht op BTW-aftrek uit te oefenen in het belastingtijdvak waarin zij de voor de uitoefening van dat recht noodzakelijke facturen daadwerkelijk heeft ontvangen.
Wetingang:
Instantie: Hof van Justitie van de Europese Unie
Rubriek: Europees belastingrecht, Omzetbelasting
Editie: 17 maart
Informatiesoort: VN Vandaag