Rechtbank Midden-Nederland oordeelt dat de heffingsambtenaar de leges voor een omgevingsvergunning voor een bed & breakfast niet mag berekenen op basis van bouwkosten van een nieuwbouwwoning. De heffingsambtenaar moet de leges opnieuw vaststellen op basis van zorgvuldig geraamde verbouwingskosten.

X dient op grond van de Wabo een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor wijziging van het gebruik van zijn woning naar wonen en bed & breakfast. Het college verleent vergunning voor bouwen en afwijken van het bestemmingsplan. De heffingsambtenaar brengt op grond van de Verordening leges 2020 € 12.697,50 aan leges in rekening, gebaseerd op geraamde bouwkosten € 92.000. De aanslag bevat posten voor bouwen, afwijken van het bestemmingsplan en legalisatie bouwwerk die afhangen van de hoogte van de bouwkosten. X maakt bezwaar en de heffingsambtenaar laat de aanslag in stand. X stelt daarna beroep in. In geschil is of de heffingsambtenaar bij het vaststellen van leges voor de omgevingsvergunning de bouwkosten van een nieuwbouwwoning mag hanteren in plaats van verbouwingskosten.

Rechtbank Midden-Nederland oordeelt dat de heffingsambtenaar de leges ten onrechte berekent aan de hand van bouwkosten van een nieuwbouwwoning, terwijl de aanvraag uitsluitend ziet op verbouwing van een bestaand pand. De inspecteur handelt hierdoor in strijd met het motiveringsbeginsel van art. 3:46 Awb. De grond over gebrekkige kennisgeving van de aanslag slaagt niet. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Gemeentewet artikel 216

Algemene wet bestuursrecht artikel 3.46

Instantie: Rechtbank Midden-Nederland

Rubriek: Belastingen van lagere overheden, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 13 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

7

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen