Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat X door een onzakelijk lage rente af te spreken met zijn eigen BV een verkapte winstuitdeling ontvangt. De inhoud van de overeenkomsten van de geldlening vormen een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt.

X leent € 1 mln. van X BV, waarvan hij enig aandeelhouder is, tegen een onzakelijk lage rente. X leent dit bedrag door aan een derde tegen een hogere rente. Door het verschil in de te ontvangen rente en de te betalen rente wordt X bevoordeeld. In de aangifte IB/PVV 2018 geeft X dit voordeel niet aan als inkomen uit aanmerkelijk belang. Nadat de inspecteur de overeenkomsten van de geldlening ontvangt legt hij een navorderingsaanslag op. Rechtbank Gelderland oordeelt dat de inspecteur niet aannemelijk maakt dat er sprake is van een winstuitdeling van X BV aan X. In geschil is of er sprake is van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt of dat er sprake is van een ambtelijk verzuim.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat er sprake is van een verkapte winstuitdeling door het bedingen van een onzakelijk lage rente. De inspecteur belast het voordeel terecht als inkomen uit aanmerkelijk belang. Op het moment van het vaststellen van de primitieve aanslag was de inspecteur niet bekend met de overeenkomsten van de geldlening. Hij was dan ook niet gehouden nader onderzoek te doen en van een ambtelijk verzuim is geen sprake. De inhoud van de overeenkomsten is een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 16

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 4.12

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Vennootschapsbelasting, Inkomstenbelasting

Editie: 26 maart

Informatiesoort: VN Vandaag

14

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen