Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat inkomsten uit het lucratief belang van X verdragsrechtelijk kwalificeren als dividend en vermogenswinsten, zodat het onzelfstandige arbeidsartikel geen toepassing vindt.

X woont in Duitsland en werkt tot 1 oktober 2018 in dienstbetrekking bij een Nederlandse vennootschap waarin hij via certificering een belang houdt dat als direct gehouden lucratief belang kwalificeert. In 2018 ontvangt X € 1.883.697 dividend en realiseert hij bij vervreemding € 5.183.962 vervreemdingswinst. X doet aangifte IB/PVV 2018 als buitenlands belastingplichtige en merkt het vervreemdingsvoordeel aan als niet in Nederland belastbaar. De inspecteur rekent 76,6% van het totale voordeel tot in Nederland belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden, waarna X bezwaar en beroep instelt en de rechtbank de aanslag vermindert. De inspecteur gaat in hoger beroep. In geschil is welke verdragsbepaling op de inkomsten uit het lucratief belang van X van toepassing is, in het bijzonder de artt. 10, 13 of 14 van het Verdrag Nederland-Duitsland.

Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat het door X ontvangen dividend onder art. 10 van het Verdrag valt en het vervreemdingsvoordeel onder art. 13 lid 5 van het Verdrag. Het hof onderschrijft de grammaticale verdragsuitleg van de rechtbank en verwerpt de door de inspecteur verdedigde ware aard-benadering. Onder verwijzing naar het OESO-modelverdrag en het Besluit Lucratief belang in internationale situaties oordeelt het hof dat X de lucratief belang voordelen heeft verkregen uit hoofde van zijn aandeelhouderschap. Een bespreking van art. 14 van het Verdrag blijft dan ook achterwege. De inkomsten uit het lucratief belang heeft X genoten op basis van het dividendartikel dan wel op basis van het vermogenswinstartikel. Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 7.2

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 7.2

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.92B

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen artikel 10

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen artikel 13

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Inkomstenbelasting, Internationaal belastingrecht

Editie: 16 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

26

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen