De inspecteur legt X over november 2023 een naheffingsaanslag loonheffingen van € 74 en een verzuimboete van € 50 op. X betaalt de aanslag kort na het verstrijken van de termijn en maakt bezwaar tegen de aanslag. De ontvanger stuurt vervolgens een aanmaning met € 9 aanmaningskosten. X betaalt, maakt bezwaar tegen de aanmaningskosten, stelt de ontvanger in gebreke en verzoekt om een dwangsom. De ontvanger vernietigt de aanmaningskosten, kent een dwangsom van € 207 toe en vergoedt de proceskosten in bezwaar met wegingsfactor 0,25. De rechtbank verhoogt de vergoedingen in bezwaar en beroep, maar hanteert ook wegingsfactor 0,25 (zeer licht). X gaat in hoger beroep.
Hof Den Haag oordeelt dat de zaak in bezwaar, gezien de fouten van de ontvanger en de extra proceshandelingen van X, normaal een wegingsfactor 1 heeft. Toch past het hof art. 2 lid 3 Bpb toe en matigt het de proceskostenvergoeding tot de door de rechtbank toegekende bedragen, omdat het geschil slechts € 9 aan aanmaningskosten betreft. Voor de beroepsfase stelt het hof de wegingsfactor op 0,5 maar matigt de vergoeding eveneens tot het eerder vastgestelde bedrag. Het hoger beroep is ongegrond.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.75
Besluit proceskosten bestuursrecht artikel 2
Instantie: Hof Den Haag
Rubriek: Invordering, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 4 maart
Informatiesoort: VN Vandaag