X is sinds 2022 kentekenhouder van een BMW. Op verzoek van X is het kenteken geschorst van 20 februari 2023 tot en met 20 februari 2024 en opnieuw van 27 februari 2024 tot 27 februari 2025. Op 6 november 2024 staat de auto geparkeerd op een openbare parkeerplaats. De inspecteur legt een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en een verzuimboete van € 399 op. X stelt dat de naheffingsaanslag te hoog is omdat de auto meerdere maanden op het privéterrein van een kennis heeft gestaan. In beroep zijn de MRB-naheffingsaanslag en de verzuimboete in geschil.
Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de naheffingsaanslag terecht en tot het juiste bedrag is vastgesteld, omdat parkeren aan de openbare weg gebruik van de weg vormt. Het is niet mogelijk tegenbewijs te leveren door erop te wijzen dat de auto gedurende een gedeelte van de naheffingsperiode op privéterrein heeft gestaan. De rechtbank verwerpt het beroep op afwezigheid van alle schuld, omdat X niet aannemelijk maakt dat hij alle redelijke zorg heeft betracht. Gelet op de langdurige stalling op privéterrein en het gegeven dat sprake is van een eerste verzuim, wordt de verzuimboete gematigd tot € 100. Het beroep is gegrond.
Wetingang:
Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 artikel 19
Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 artikel 35
Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 artikel 35
Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 artikel 35
Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 artikel 37
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 67C
Instantie: Rechtbank Noord-Nederland
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Belastingheffing van motorrijtuigen
Editie: 18 februari
Informatiesoort: VN Vandaag