In 2014 sluit X BV een 'overeenkomst praktijkondersteuning somatiek' met verschillende huisartsenpraktijken. De door X BV ingezette praktijkondersteuners huisartsenzorg verrichten zelfstandig zorg aan specifieke groepen patiënten. Na de diagnose door de huisarts doet de praktijkondersteuner de gehele behandeling zelfstandig. Als een praktijkondersteuner langer dan twee weken ziek is, moet X BV zelfstandig een vervanger regelen, zodat de zorgverlening kan doorgaan. X BV is zelf verantwoordelijk voor de dienstverlening aan patiënten en voor de kwaliteit van de praktijkondersteuners. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat bij de inzet van de praktijkondersteuners niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor de medische BTW-vrijstelling. In hoger beroep is niet meer in geschil dat de praktijkondersteuners beschikken over de vereiste beroepskwalificaties om de medische vrijstelling toe te passen. De inspecteur bestrijdt wel het oordeel van de rechtbank dat de aard van de door X BV verrichte dienst bestaat uit een overeenkomst van opdracht tot het verlenen van gezondheidskundige verzorging. Volgens hem is sprake van het ter beschikking stellen van personeel aan huisartsenpraktijken.
Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de medische vrijstelling van toepassing is. De dienst die X BV verricht is namelijk een overeenkomst van opdracht tot het verlenen van gezondheidskundige verzorging. Het hof overweegt daarbij dat X BV de verantwoordelijkheid draagt voor het resultaat, de inhoud en de kwaliteit van de gezondheidskundige zorg die de praktijkondersteuners bij de huisartsenpraktijken verrichten. Het hof vermindert de naheffingsaanslag.
Wetingang:
Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 11
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Omzetbelasting
Editie: 23 januari
Informatiesoort: VN Vandaag